Rekening houden met overige vaart
Op
meer dan één manier is het in Frankrijk nodig om rekening te houden met de
overige scheepvaart in de buurt: niet alleen om die andere vaart van dienst te
zijn, maar vaak óók om zélf beter af te zijn. Door de bewegingen (en
bedoelingen) van andere schepen in de buurt te kennen, kan men veelal de hinder
die men voor elkaar oplevert beperken of zelfs wegnemen of in voordeel omzetten.
En hoewel het voor de beginnende Frankrijkvaarder moeilijk te begrijpen is hoe
men in Godsnaam weet kan hebben van andere schepen in de buurt - zeker als men
niet beschikt over marifoon - blijkt als men wat meer ervaring krijgt dat het
heel simpel is om aan die informatie te komen: de sluiswachters die meerijden
zijn een goede informatiebron, tegenliggers kunnen even worden aangeroepen "of
er nog vaart kort achter zit" en in veel kanalen waar de sluisbediening wordt
geregeld vanuit een centrale post zal het (als men frans spreekt) een koud
kunstje zijn om erachter te komen waar er schepen varen.
Bovendien blijken veel beroepsschippers per definitie een kloppend beeld te hebben van vrijwel alle scheepvaart in de buurt: wie een beroepsschipper ernaar vraagt, zal vrijwel tot op de sluis nauwkeurig een overzicht krijgen van andere schepen in het kanaal. Men moet dan natuurlijk wél zelf bijhouden hoe die schepen zich, met het tijdsverloop, verplaatsen. Richtlijn daarbij is, dat geladen spitsen zich in de wat "betere" (lees: diepere) kanalen met circa 5 km per uur verplaatsen en daarbij voor iedere sluispassage 12 tot 15 minuten nodig hebben, terwijl ze in wat "mindere" (ondiepere) kanalen 4 à 4,5 km per uur halen en dezelfde 12 tot 15 minuten nodig hebben voor een sluis. De "mindere" kanalen in Frankrijk zijn het Canal de la Meuse 'boven' (= stroomopwaarts van, dus TEN ZUIDEN VAN) de sluis van Inor, het Canal des Vosges, het Canal entre Champagne et Bourgogne, het Canal du Loing, het Canal de Briare, het Canal latéral à la Loire, het Canal du Centre en het Canal de l'Aisne à la Marne. Iets beter zijn het Canal de la Marne au Rhin en het Canal du Rhône au Rhin. In de bredere en diepere kanalen in het noordwesten van Frankrijk (Canal du Nord, Saint Quentin, Oise) kan vaak de toegestane vaarsnelheid van 6 of zelfs 8 kilometer per uur óók door geladen schepen worden gehaald.
Voor de voortgang van motorjachten is het verstandig er rekening mee te houden, dat die veelal iets sneller dan de maximaal toegestane vaarsnelheid varen: door het ontbreken van zuiging is het op veel plaatsen mogelijk om op een verantwoorde wijze circa 8 km per uur te varen, hoewel men natuurlijk wel moet opletten dat er niet een zodanige hekgolf ontstaat, dat schade aan de oevers wordt aangebracht!
Sommige omstandigheden beïnvloeden de vaarsnelheid van schepen aanzienlijk:
Wie een optimaal beeld heeft van de bewegingen van de andere schepen in de buurt, zal merken dat het niet moeilijk is zijn dagelijkse planning af te stemmen op die scheepsbewegingen: de ene dag iets eerder vertrekken om ruim vóór een naderend vrachtschip onderweg te zijn en zo geen last te hebben van het oponthoud; de andere dag iets langer blijven liggen om voldoende afstand te laten vallen, of zo veel korter te varen dat die afstand vanzelf ontstaat; met jachten en beroepsschepen onderweg een praatje maken om te horen wat hun plannen zijn - met alle mogelijke gezelligheid die daarbij hoort; af en toe aan de sluiswachters vragen wat voor andere vaart er in de buurt is; en voor wie over marifoon beschikt: kanaal 10 uitluisteren om te horen of er andere schepen in de buurt zijn.